1 september 2026

De manier waarop we wijn drinken verandert. Waar vroeger bij een diner bijna vanzelfsprekend een fles rode wijn op tafel kwam, kiezen wijnliefhebbers tegenwoordig steeds vaker voor frisse witte wijn, rosé of mousserende wijn.

Dat is niet alleen iets wat we tijdens warme zomerdagen zien. Wereldwijd wordt al langere tijd minder rode wijn gedronken, terwijl andere wijnstijlen juist aan populariteit winnen.

Betekent dit dat rode wijn uit de gratie raakt? Zeker niet. Maar onze smaak én de momenten waarop we wijn drinken veranderen wel. En dat levert interessante nieuwe voorkeuren op.

Blog waarom minder rode wijn?

Minder rode wijn, meer wit en rosé

Rode wijn blijft een belangrijk onderdeel van de wijnwereld, maar de verhoudingen zijn aan het verschuiven. De wereldwijde consumptie van rode wijn is sinds de piek aan het begin van deze eeuw duidelijk afgenomen.

Tegelijkertijd zijn witte wijn, rosé en mousserende wijn belangrijker geworden. Vooral frisse en toegankelijke wijnstijlen passen goed bij de manier waarop veel mensen tegenwoordig wijn drinken.

Dat betekent overigens niet dat we massaal afscheid nemen van rood. Ook binnen rode wijn zelf zien we namelijk een duidelijke verandering.

Waarom verandert onze smaak in wijn?

Een belangrijke verklaring is dat onze manier van eten en drinken is veranderd.

Wijn komt allang niet meer uitsluitend op tafel bij een uitgebreid diner. We drinken een glas op het terras, tijdens een borrel, bij een lichte lunch of bij verschillende kleine gerechten die samen op tafel worden gezet.

Daar passen frisse en makkelijk drinkbare wijnen vaak uitstekend bij.

Een Sauvignon Blanc met veel frisheid, een minerale Riesling, een elegante Chardonnay of een droge rosé kan daardoor op veel verschillende momenten worden geschonken.

Mousserende wijn is niet meer alleen voor feestelijke momenten

Ook de manier waarop we mousserende wijn drinken is veranderd.

Een fles Champagne werd vroeger vooral geopend wanneer er iets te vieren viel. Tegenwoordig wordt Champagne steeds vaker als aperitief of aan tafel geschonken.

Dat is eigenlijk helemaal niet vreemd. De combinatie van frisse zuren, fijne bubbels en vaak een relatief verfijnde structuur maakt mousserende wijn bijzonder veelzijdig bij eten.

Van oesters en schaal- en schelpdieren tot gevogelte en zelfs sommige kazen: mousserende wijn kan veel meer dan alleen het glas vullen tijdens een toast.

Betekent dit het einde van rode wijn?

Zeker niet.

Sterker nog: juist binnen rode wijn zien we een ontwikkeling die bijzonder interessant is.

Niet iedere wijnliefhebber zoekt meer naar zoveel mogelijk kracht, alcohol en concentratie. Frisheid, elegantie en doordrinkbaarheid worden steeds belangrijker.

Daardoor komen ook andere stijlen nadrukkelijker in beeld. Denk bijvoorbeeld aan Pinot Noir, maar ook aan verfijnde rode wijnen van druiven als Grenache en Tempranillo.

Wijnen waarbij fruit, frisheid en finesse minstens zo belangrijk zijn als kracht.

Rode wijn mag soms gewoon in de koelkast

Voor sommige wijnliefhebbers klinkt het misschien nog vreemd, maar rode wijn hoeft echt niet altijd op kamertemperatuur te worden gedronken.

Sterker nog: het begrip ‘kamertemperatuur’ stamt uit een tijd waarin woonkamers een stuk koeler waren dan tegenwoordig.

Veel lichtere rode wijnen komen juist prachtig tot hun recht wanneer ze rond 14 tot 16 graden worden geschonken. Een half uur in de koelkast voordat de fles op tafel komt, kan dan al voldoende zijn.

Het fruit komt frisser over, de wijn wordt levendiger en zeker op een warme dag kan zo’n licht gekoelde rode wijn verrassend lekker zijn.

Een krachtige en tanninerijke rode wijn ijskoud schenken is natuurlijk weer een ander verhaal. Te lage temperaturen kunnen aroma’s onderdrukken en tannines harder laten overkomen.

We drinken minder wijn, maar kiezen bewuster

Er speelt tegelijkertijd nog een andere ontwikkeling. Wereldwijd staat de totale wijnconsumptie onder druk.

Maar minder wijn drinken betekent niet automatisch minder belangstelling voor goede wijn. Integendeel: een deel van de wijnliefhebbers lijkt juist bewuster te kiezen voor wat er wél in het glas komt.

Niet automatisch een fles openen, maar liever kiezen voor een wijn met een duidelijke herkomst, een interessante producent of een bijzonder verhaal.

Een goede fles hoeft daarbij niet zwaar, duur of indrukwekkend te zijn. Het belangrijkste is dat de wijn karakter heeft en past bij het moment waarop je hem drinkt.

De traditionele wijnregels verdwijnen langzaam

Misschien is dat uiteindelijk wel de interessantste ontwikkeling.

De vaste regels rond wijn worden steeds minder belangrijk. Rosé hoeft niet alleen in de zomer. Mousserende wijn hoeft niet alleen open wanneer er iets te vieren valt. Rode wijn hoeft niet altijd zwaar te zijn en witte wijn kan zonder problemen naast een mooi vleesgerecht staan.

Ook bij het combineren van wijn en gerechten kijken we daarom steeds vaker naar smaak, bereiding en structuur in plaats van naar de oude regel ‘wit bij vis en rood bij vlees’.

Wat drinken we de komende jaren?

Rode wijn zal absoluut niet verdwijnen. Daarvoor is de diversiteit binnen de wijnwereld simpelweg veel te groot.

Wel lijkt de voorkeur steeds meer te verschuiven richting frisheid, elegantie en wijnen die gemakkelijk op verschillende momenten kunnen worden gedronken.

Dat kan een frisse witte wijn zijn, een droge rosé, een glas Champagne of juist een elegante rode wijn die iets koeler wordt geschonken.

Misschien drinken we wijn daardoor uiteindelijk minder volgens vaste regels en kiezen we steeds vaker voor wat we op dat moment echt lekker vinden.

En uiteindelijk is dat precies waar wijn om draait.